Toen ik bijna vier jaar geleden in de tuinbouwsector begon, was ik gefascineerd door het hoge technologische niveau en de mogelijkheden op het gebied van gewasteelt. Als ingenieur had ik een technische achtergrond, maar ik was niet voorbereid op het zien van sla in volledig geautomatiseerde systemen die zich uitstrekken over hectares ‘onaangeroerde’ baby leaves, of tomaten en paprika’s die zowel in de koudste regio’s ter wereld als in extreme woestijnomstandigheden geteeld kunnen worden. Innovatie in hoog tempo werd al snel de rode draad in mijn dagelijkse werk.
Toen Covid uitbrak, zag ik ook hoe wereldwijd de aandacht verschoof naar voedselzekerheid en zelfvoorziening. Er ontstond meer focus op het verminderen van importafhankelijkheid, ondersteund door hightechkassen, wat onze R&D‑activiteiten verder heeft versneld.
In eerste instantie richtte ik me op het optimaliseren van recyclingprocessen in kassen: hoe kunnen we nieuwe technologieën integreren in bestaande systemen om grondstoffen terug te winnen? Hoe kunnen we het watergebruik nog verder terugdringen?
Maar al snel werd mijn aandacht getrokken door een breder vraagstuk: de rol die hightechkassen kunnen spelen in het versterken van sectoroverstijgende samenwerking en circulaire economieën.